(?)
Sinterklaas bestaat niet
06-02-2017  11:00

Laats vroeg iemand hoe het was voor mij, toen ik hoorde dat sinterklaas niet bestaat. "Ik heb geen idee, ik herinner me daar niets van", antwoordde ik. Dat vonden de anderen raar, want voor hen was het een bijzonder moment. Het voelde alsof je groot werd, ineens geen kind meer was.

Veel volkeren kennen een overgangsrite, een ritueel waarmee de transformatie van kind naar volwassene wordt gemarkeerd. Een jongen in kwestie wordt bijvoorbeeld een paar dagen het bos ingestuurd en moet zich daar dan met niks zien te redden. Als hij terugkomt volgt er een ceremonie, waarbij de jongen een tatoeage krijgt en een voortand inlevert terwijl de rest van het dorp staat te dansen. Daarna is het feest en de jongen een man.

Je zou verwachten dat, ook als een dergelijke markering niet expliciet wordt gemaakt, je zelf altijd wel zoiets zou ervaren; het moment waarop je volwassen wordt. Een moment of proces waarbij je je bewust wordt van het idee dat je kindertijd eindigt. Dat het serieuze leven nu echt gaat beginnen. Ik herinner me niets van dat alles, en voel me dan ook nog steeds niet volwassen.

De laatste tijd worden veel mensen ziek om mij heen en gaan dan vervolgens dood. Niks bijzonders natuurlijk, maar vroeger ging dat om 'oudere mensen' en nu om vooral generatiegenoten. Vrienden, klasgenoten, familie. "De dood komt in drieën", werd vroeger gezegd. Als dat waar is, is dat goed nieuws voor P, want hij is de vierde en maakt als enige nog kans om dit jaar te overleven.

Misschien is de dood wel de overgangsrite voor mensen die niet volwassen worden. "Je moet gezond de zestig zien te halen", zei iemand me op de laatste crematie, "dan maak je een kans het te redden". Zelf moest hij nog twee jaar en keek wat bezorgd.

Zestig is oud voor een kind natuurlijk. Heel oud. Als je dan nog niet volwassen bent gaan we iets anders proberen. Misschien is dat wel het idee. Als je zestig bent heeft sinterklaas zijn best wel gedaan. Take it or leave it. Dan heb ik nog tien jaar om een man te worden. Maar misschien heb ik wel nooit echt in de sint geloofd, dat kan natuurlijk ook. Ik kan me dat niet goed herinneren. Wel dat ik hem eng vond. Dat wel!

Achterom is ook om
19-05-2016  22:43

In de nieuwe folder van 'Managementboek' (ja, dat soort dingen lezen we hier...) staan onder het kopje 'nieuw en opvallend' onder meer de titels: "De wendbare organisatie", " Ondernemer in 100 dagen", "Wie wil je zijn?" en "Communicatie is een vak". Nieuw? Voor de amnestisch uitgedaagden onder ons misschien?! Opvallend? Welja, al een kleine 50 jaar..! Wat is er mis met titels als "Collaboreren kun je leren!", "Slijm voor de norm-alen", "De drempel en de lat" en "Jedenfalls not für me!"?! Het verkoopt niet, waarschijnlijk. We zijn allemaal Teletubbies als het er op aan komt: "jaaaah, nog een keer!" Bij voldoende belangstelling beloof ik te beginnen aan het boek "Achterom is ook om!" Maar het moet financieel natuurlijk wel een nieuw en opvallend perspectief openen, anders begin ik er niet aan.

Over stappen
15-02-2016  12:02

"Al negen mensen in uw buurt hebben vandaag gekozen voor onze slimme thermostaat", begint de meneer aan de deur nadat hij heeft gezegd dat het "Gerrit Huppeldepup" heet en van Eneco is. "Ja, de buurt holt achteruit", antwoord ik. Hij kijkt me een fractie van een seconde verbaasd aan, begint dan te lachen en geeft me een hand: "U bent de eerste die op klompen de deur open doet, dat vind ik leuk!" We hebben een paar minuutjes leuk gepraat over verwarmingssystemen en groene energie, waarna hij me adviseerde het maar gewoon allemaal te houden bij wat ik al heb. "Misschien moet u ook klompen aandoen, dat past leuk bij groene energie", adviseer ik hem nog gauw. "Goed idee, dan krijg ik ook geen zweetvoeten meer." Lachend schudt hij me nogmaals de hand: "Ik kan u alleen nog maar een fijne dag wensen, iets beters heb ik u niet te bieden."

Ondernemers
30-10-2015  08:23

Er zijn hier twee meneren om een nieuwe CV-ketel te monteren. De nieuwe ketel blijkt tot onze schrik net iets groter dan de oude, terwijl ik dacht dat het andersom zou zijn. De kale meneer belt naar de zaak voor de precieze maten. "Hij is vijftig breed", roept hij naar zijn collega. "En hoeveel meet je daar?" "Zevenenveertig", roept de collega. "Dat gaat lukken!", roept de kale meneer. "Mooi zo!", roep ik en loop snel weg.

Tand des tijds
26-10-2015  16:04

Omdat een van mijn vullingen het begeven had, was ik vandaag bij de tandarts. Het was niet mijn eigen tandarts, maar een voor mij vreemde mevrouw uit een ver land waarbij ik vandaag gelukkig tot twee keer toe terecht kon. De kapotte vulling bleek er een uit 2011 te zijn. De meeste van mijn vullingen werden eind jaren '70 met hamer en sikkel in mijn gezicht getimmerd, maar malen nog dagelijks zonder piepen of kraken als molenstenen mijn voedsel. En de enige nieuwe vulling die mijn mond rijk was, had het na vier jaar al begeven. "Ik zal het maken voor u", zei de tandarts. Tijdens haar geknutsel aan mijn kies praatte ze over lampjes en plaatjes met de assistente en liet ze weten dat de tijd voorbij vloog. Waar ze op doelde weet ik niet, maar haar gebabbel had een rustgevende uitwerking op mij en tandartsbezoeken hebben inderdaad wel eens langer geleken. Toen ze na mijn tweede bezoek klaar was, bedankte ik haar en maakte ze een klein maar duidelijk buiginkje in mijn richting. Ik mocht mijn kies meteen weer gebruiken. 'Vroeger was alles beter, behalve de tandarts', hoorde ik laatst op de radio. Het blijft lastig te zeggen, maar ik zie de toekomst van mijn gebit ontspannen tegemoet.

For two
02-09-2015  08:11

Verhuld in raadselen,
bemind
plakt het lichaam
aan de huid
En straks
lijkt alles weer normaal;
ademt zij de weg naar huis

Schèèèt an!
27-05-2015  10:48

Via een buurman, die door vrienden vanwege zijn postuur ‘de uitsmijter van Madurodam’ werd genoemd, leerde ik een tijd geleden Papi kennen. Papi werd door vrienden ‘Papi de Dino’ genoemd, naar zijn onafscheidelijke pitbull. De jaren na deze kennismaking repareerde ik voor Papi allerlei dingen waaraan de meeste knutselaars sinds de jaren ’80 hun vingers niet meer brandden. Tot Papi zijn huis werd uitgezet omdat dat nodig moest worden afgebroken. In ruil voor dit verlies kreeg hij van de woningbouw een ander huisje aangeboden in een arbeiderswijk van Deventer. Ik ben hem daar nog een keer komen opzoeken. “Leuk huisje”, zei ik. “Ja, bes, maar de keet moet nog wel effe verbouwd worre”, zei Papi. “De woonkamer trek ik anderhalve meter door de tuin in, daar maak ik zo’n glaze ding van. De keuken komt aan de andere kant en de muur tussen de hal gaat d’r uit.” “Vinden ze dat goed van de woningbouw?”, informeerde ik voorzichtig. “Schèèèt an, wete hun toch nie!”, zei Papi met zijn onvervalst Arnhems accent. “En daar komen ze ook niet achter, denk je?” Papi haalde de schouders op en keek zijn nieuwe tuin in.

No show
14-03-2015  10:03

Dit weekend zou ik bij de psychiater op bezoek. In Zwitserland. Ik keek daar met gemengde gevoelens naar uit, want aan de ene kant zijn dat soort weekenden steevast erg gezellig en leer ik een boel omdat ik dan dingen doe die ik me anders niet in het hoofd zou halen, maar aan de andere kant zijn ze ook een aanslag op mijn oudedagsreserves. Niet alleen financieel, maar ook fysiek, energetisch en op meer van dat soort niveaus die de mens in leven houden. De moeder van de psychiater was op bezoek en bleef nog even, want ze was ziek. En daarom was de psychiater zelf ook ziek, want door de aanwezigheid van zijn moeder werd hij gestoord in zijn 'natuurlijke zelfgenezend gedrag'. Ik ben daar verder maar niet op ingegaan. Het zijn drukke tijden en een weekendje thuis komt ook niet slecht uit.

Hier in de buurt leeft een mannetje dat bestaat uit een klein rond hoofd met kraaloogjes, een enorme romp en korte armpjes en beentjes dat de kunst verstaat om op meerdere plaatsen tegelijk te zijn. Dat vermoed ik tenminste, want hij is er altijd ineens als je hem niet nodig hebt. Dan vraagt hij dingen als "kun je je auto misschien een stukje verplaatsen? Want nu schijnt het zonlicht precies op de zijramen en dat reflecteert dan weer bij ons naar binnen zodat we niet meer in de voorkamer kunnen zitten." Of: "kun je de Hortensia dit jaar misschien wat korter snoeien, of liever nog helemaal weghalen? Want daar kwam vorig jaar zo'n vreemde lucht vanaf; dat rook je bij ons in het hele huis." Daarna steekt hij dan een van zijn armpjes uit om een hand te geven en zegt "problemen oplossen doe je samen". Maar dat mannetje is dan ook geen psychiater.

Au claire de la lune
06-12-2014  15:57

Laats hadden we weer eens een feestje. Met H & M in Amsterdam. We kleedden ons leuk aan, telden ons geld en gingen op pad. Eenmaal binnen kregen we de indruk dat we het thema gemist hadden en de uitnodiging misschien nog eens goed moesten lezen; veel mensen waren gekleed in een stijl bekend als 'burlesque' en op de dansvoer stond een man met een buikje in tule rokje, geschminkt als Pierrot. De vrouw bij de deur bleek een man. "Jeetje, sommigen maken er wel werk van zeg", zei M en wees naar een vrouw met een gewei op haar hoofd. "Mooi wel", zei L. "Ja, mooi", besloten we en dronken bier uit onze bekers van plastic. "Jij ook", zei ik tegen een meisje dat was verkleed als plumeau, "je ziet er mooi uit". Het meisje in kwestie keek me vaag aan en zei "sorry, only English or French". Mijn hart maakte een sprongetje: een Frans meisje! Hier op ons feest, heel dichtbij! Gelukkig heb ik in mijn tijd in Frankrijk ook ruimschoots ervaring opgedaan met de taal in combinatie met drank, maar desondanks bleef de twijfel in mijn nek hijgen en na wat koetjes en kalfjes bloedde het gesprek dan ook dood. Ze draaide zich met haar rug naar me toe en begon weer te dansen. In kleine pasjes, langzaam achteruit. Om haar niet in verlegenheid te brengen schuifelde ik in hetzelfde tempo van haar af totdat ik de bar in mijn rug voelde duwen. In mijn benarde positie duwde ik haar met één hand zacht van me af waarop zij haar achterwaartse druk onmiddellijk vergrootte. Vanaf dat moment dansten we samen in haar wirwar van veren. Twee keer begon ze zachtjes te zingen en één keer draaide ze zich heel even om. Na zo'n twintig minuten bereikte ons dansen een soort natuurlijk einde en ik zei haar gedag. "Wel leuk voor haar zeker dat jij ook Frans kan", zei L. "Ik weet niet", zei ik.

Aan het water
12-09-2014  15:46

Gisteren na het werk liep ik gauw naar de rivier. Aan een tafeltje in het zand zette ik mij tussen de mensen. Met mijn rug naar de zon en niet ver van de bar. "Ik kom er nu aan", zei mijn telefoon namens L. En vrijwel direct daarna klonk zij zelf in mijn oor. "Hoi, zit je er al lang?" "Nu net. Kijk maar, pas twee slokken bier", antwoord ik en wijs naar mijn glas. "Oh mooi, dan ga ik even wijn halen." Even later is ze weer terug, stralender dan de schittering van de zon in het water. "Is dat zorgelijk, dat ik zo blij ben met mijn wijn?", vraagt ze, "ik heb al de hele week niks gedronken". "Welnee, dat is toch juist fijn!? Dat je er zo van geniet!?" Een uur later schuift ook R aan en eten we pizza's. We praten en drinken en R wordt gemasseerd.

"Zal ik nog wat drinken halen?" vroeg ik de dames. "Ik lust wel wat water bij mijn wijn", zei L. "Ja, lekker water!, zei R. "Mag ik nog wat bier en Chardonnay en twee glaasjes water?", vroeg ik aan de jongen achter de bar. "We verkopen wel Spa blauw, maar ik mag je geen water geven", zei de jongen met een wat somber gezicht. "Wat stom", zei ik. "Ja, best stom", zei de jongen. "Maar als je twee extra bekertjes om je bier heen wilt, vind ik dat geen enkel probleem. En als je toevallig een kraan nodig hebt, kan ik je die ook wel wijzen. Kijk, daar zit er een net om de hoek." "Twee extra bekertjes bij mijn bier vind ik altijd wel fijn." "Doen we", zei de jongen, "geen enkel probleem".

Wezen
23-08-2014  11:42

Overal zijn kleine beestjes

Alles samen, één geheel

Alles klopt

Stroomt en ademt

En ik ben overal

Teveel

Blootgewoon
30-07-2014  16:10

Omdat de zon in de nacht al opkomt en het om half acht al 37 graden is in mijn tent, liep ik in de vroege ochtend met mijn handdoek en toilettas richting douche met het doel daar fris en wakker te worden. Eenmaal bij de douches aangekomen liep ik echter zonder nadenken door. Nog honderd meter tot de zee. Ik liep op mijn blote voeten het water in tot het mijn knieën raakte. Lekker. Ik boog voorover en plenste wat water in mijn gezicht. Daarna wat onder mijn oksels, voorzichtig zodat mijn broek niet nat zou worden. Ik keek om me heen; geen mens te zien. Ik liep terug naar het strand en kleedde me uit om naakt weer terug de zee in te lopen. Helemaal kopje onder dit keer. Een kwartier lang bleef ik rondspelen in het koude zoute water en frisser en wakkerder dan in de hele week was geweest, kwam ik weer terug aan land. Het strand was nog altijd verlaten, maar in de duinen stonden huisjes binnen zichtafstand. En terwijl ik me in mijn blootje stond af te drogen, vroeg ik me af of iemand me zou zien. En of ik met mijn naaktzwemmerij iemand tegen de borst zou stuiten. Wat waren de ongeschreven regels hier op dit punt? Anders dan hoe ik me had gedragen, zag ik toen ik later weer terug was aan zee. Het was nog steeds niet druk, maar gelijkmatig verspreid over het strand kwamen mensen de hitte van de dag van zich af spoelen met het water uit het Skagerak. En toen zag ik hoe het hier hoorde en hoezeer ik zelf die ochtend de plank had misgeslagen. Op een meter of twintig afstand van mij kwam een vrouw het strand op die duidelijk demonstreerde wat vrijwel een ieder hier deed. Iedereen behalve ik tot nu toe. Ze had een grote rieten tas bij zich die ze, eenmaal op het strand gekomen, neerzette waarna ze zich zo snel mogelijk uitkleedde.Toen ze al haar kleren uit had, draaide ze een paar rondjes om haar as alsof ze niet meer goed wist hoe het verder moest. Vervolgens ging ze staan graaien in haar tas en haalde er vanalles uit, behalve blijkbaar dat wat ze zocht. Nog steeds in haar blootje liep ze terug naar haar fiets die aan de duinrand achter haar stond. Uit het mandje aan het stuur haalde ze iets zwarts. Weer bij haar tas friemelde ze het zwarte ding rond haar voeten en hees het omhoog. Het bleek een badpak te zijn. Ze probeerde de meest wispelturige onderdelen van haar lijf in het badpak te dwingen zoals mensen een regenponcho na gebruik terug proberen te stoppen in het daarvoor veel te kleine etuitje waarin hij bij aanschaf zo keurig zat opgevouwen. Toen ze daarin min of meer was geslaagd, rende ze de zee in om op haar hoofd na uit het zicht te verdwijnen. Ze zwom een honderd meter naar links, zwom weer terug, speelde op haar rug liggend wat met haar tenen in de golfjes en kwam toen het water weer uit waarbij ze zo snel mogelijk de haven van haar tas terug zocht. Eenmaal daar gooide ze het badpak in één geroutineerde beweging van zich af, draaide weer een aantal rondjes en viste een handdoek uit haar tas. Nadat ze zich zorgvuldig had afgedroogd ging ze nog even met haar armen en benen wijd uitgespreid staan om de laatste restjes achtergebleven zeewater te laten verdampen uit oksels en schaamhaar alvorens zich weer en plein public aan te kleden en terug te sloffen naar haar fiets. Morgenochtend toch maar een zwembroek meenemen, dacht ik.

Afkicken
17-07-2014  13:48

Eind van het jaar

Begin van het feest

Super gezellig

En mooi geweest

Kaaij

En omdat het rijmpje van vorig jaar maar voor een select groepje beschikbaar was, nu nog een keer voor iedereen in De Dooie Hoek! Het afkicken van 2013:

Het feest is voorbij

De lichten gedoofd

De mensen vertrokken

De baard van het hoofd

Traditie
05-07-2014  13:38

Ik heb een geweer uit de tijd dat mijn opa nog niet eens was geboren. Je moet er buskruit in gieten en dat dan aanstampen met een stok en.... Afijn, u kent het wel uit piratenfilms enzo. Om aan allerlei regels te voldoen ga ik af en toe schieten met dat ding. Zo stak ik, geheel tegen mijn zaterdagse gewoonte in, vanmorgen al vroeg met de auto de Waal over om de vijfendertig kilometer naar de Arnhemse Hei af te leggen. Het geweer in een doek gewikkeld tegen de bijrijderstoel, een vaatje buskruit op de achterbank en verder nog wat oud gereedschap in de kofferbak om de zaak op de baan aan het knallen te houden. Dat moet afzien zijn geweest, in 1863, schieten. Na elk schot zie je door de rook een kwartier lang je tenen niet meer en binnen een uur zie je zo zwart als een schoorsteenveger. Vuil dat bij contact met water je huid in kruipt en je vanaf daar nog dagen als een soort tatoeage blijft aankijken, terwijl je met een beurse schouder op de bank de kruitresten uit je longen zit te hoesten. Op honderd meter staat een schijf van papier die ik met mijn antiek soms kan raken. Om niet steeds een nieuwe schijf op te hoeven hangen, worden de gaten afgeplakt met stickertjes. "Zijn er nog zwarte stickers?", vraag ik aan Joop. "Nee", zegt Joop, "die kreeg ik altijd van die vent bij de ingang." "En doet-ie dat nu niet meer, die vent bij de ingang?" "Nee, als het bestuur daar met kerst geen fles jenever meer op tafel zet, is het natuurlijk gauw uit met die stickers." "Ja, voor tradities moet je wat over hebben."

Verpozen
02-07-2014  15:18

Ik zal een jaar of acht zijn geweest toen mijn ouders hun eerste transistorradio aanschaften. De oude radio uit de keuken was daarmee overbodig geworden en mocht, tot mijn grote verrassing, naar mijn slaapkamer verhuizen. De oude radio uit de keuken was nog een buizenradio; een groot houten toestel dat voor gebruik moest worden opgewarmd en daarmee in dezelfde categorie als dieselauto’s, primusbranders en goede cognac viel. Jarenlang bracht dit apparaat ’s nachts naast warmte -een straalkacheltje was er niks bij- de meest exotisch geluiden mijn droomwereld in. In vreemde talen waarvan ik niks verstond en dof ploffende ritmes van de toen nog veelvuldig op de korte golf aanwezige morsezenders, hield de wereld mij in het donker gezelschap. Sindsdien is de liefde voor radio een onuitwisbaar deel van mijzelf gebleven.

Eind jaren zeventig, toen de radiopiraterij in Nederland in volle bloei stond, kwam ik in aanraking met jongens die ‘een geheime zender’ hadden en naast een heel nieuw sociaal leven had ik eindelijk een hobby! We sloopten alles waar een stekker aan zat en gingen met ons zakgeld naar de plaatselijke elektronicahandel om de ontbrekende puzzelstukjes waarmee we ons zendertje aan de praat wilden krijgen, aan te schaffen bij de dikke man achter de toonbank. De dikke man schudde dan afkeurend met zijn hoofd en benadrukte dat wat wij deden levensgevaarlijk was. Dat je van hoogspanning een flinke optater kon krijgen, hadden we allemaal al wel eens ondervonden, maar dat je er dood aan kon gaan viel volgens ons best mee; tenslotte leefden we allemaal nog.

Toen in 1980 de 27Mc werd vrijgegeven werd dat als een grote stap in “het recht op radio-uitzending” gezien. Of zo iets. Wisten wij veel. Het hek was nu in ieder geval wel van de dam. Vanaf dat moment kocht half Nederland een ‘bakkie’ en ging door de lucht met elkaar zitten kletsen. “Ha Zwarte Kraai, hoe is het daar aan die kant?” “Ja Moerasvogel, prima hè, prima. Ik zit hier een beetje in de kamer.” “Ja oké, prima hè, prima. Ik ook hè; verder niks bijzonders.” “Nee, prima hè, prima. Ja, niks bijzonders hè. Ik denk dat ik zo nog even naar de winkel ga hè.” “Ja, prima hè, prima. Dat kan natuurlijk hè. Ja, de winkel, oké hè.” En zo ging dat dan door; een uur of negentien per dag. Als je een ‘illegale exportbak’ had kon je zelfs met het buitenland praten. Meestal Italië. De Italianen en wij verstonden elkaar natuurlijk niet, maar we riepen dan dingen als “kappa” en “spaghetti” en “senk joe” en als de Italiaan waarop je het gemunt had dat dan herhaalde, wist je dat je contact had. En daar maar over opscheppen dan natuurlijk: “vanmorgen nog even een verbinding met Italië gemaakt, ja, prima hè”. We schroefden onze bakkies zelfs op het stuur van de fiets, oude autoaccu op de bagagedrager,  antenne achterop en dan maar de buurt door fietsen tot de accu weer leeg was. “Ja, prima hè. Kappa!”

Later ben ik serieuzer aan de slag gegaan met opleidingen, diploma’s en vergunningen; op radiogebied mag ik nu ongeveer alles zonder nog strafbaar te zijn. Maar de radiowereld slaapt langzaam in. De lol is eraf. Voor mij wel althans. En getuige de stilte in de ether geldt dat voor de andere ‘Moerasvogels’ ook. Als ik nu ergens binnenkom staat er in plaats van een bakkie een laptop in de kamer. En op de fiets heeft elke puber een telefoon in de hand. Facebook en Twitter staan de hele dag aan en iedereen stuurt elkaar de godganse dag weer berichten. Door de lucht, dat wel. “Ik ben nu thuis, maar ik ga zo nog ff naar de winkel :-) ” “Ja ok, prima!” De techniek is veranderd en verder eigenlijk weinig. 

 

Fietsmobiel

Bloed
23-06-2014  08:09

De Kraaienvanger danst rond in het wolkenlicht

En redt zijn oude hond

Wolven huilen; zijn ogen dicht

Bloed verdwijnt traag in de grond

Leef tijd
09-06-2014  12:15

Vrijdag in de Volvo, naar de verjaardag van Jet. Met z'n vijven; vrolijk op weg. M rijdt, de meisjes achterin zijn aan het zingen en ik doe eigenlijk niks. Bij het café waar alles gaat gebeuren moeten we een steile trap op naar een zolder waar vrouwen in 70's kleding en grote pruiken op hun hoofd uit het raam hangen en af en toe roepen "daar komt ze!" Als ze er eenmaal echt is, barst het feest meteen los; binnen wordt gedanst op ouderwetse disco en soul en op het balkon wordt gerookt en gedronken. Temidden van alle tumult beweegt de moeder van Jet zich in een tule jurk met boa en grote hoed swingend als koningin door de ruimte. Tot het eind van de avond, in het midden van de nacht. Jet is vijftig geworden en een van de jongsten uit haar gezin, als ik het mij goed herinner. "Hoe oud is jullie moeder eigenlijk?", vraag ik aan een van Jets oudere zussen. De zus haalt haar schouders op en zegt "vijfenzeventig ofzo?" "Vijfenzeventig?", antwoord ik, "ik dacht nog wel ouder". "Dat zou ook best kunnen", zegt de zus en danst vrolijk verder.

 

Meisjes

Unheimisch
05-06-2014  22:16

Vandaag gaf ik mijn laatste les van dit jaar. Hoewel, les is een erg groot woord. Ik was er en stelde mijn studenten gerust; het komt wel goed, wees maar niet bang. In die zin leek de les van vandaag op die waar ik hier over schreef. Aan het eind kreeg ik een doosje Merci, veel handen en een aai over mijn arm. Het nakijkwerk, de feesten, festivals en vakantie staan al klaar om de hoek van de deur. Maar eerst nog wvttk. Raar wel, want het is nog heel vroeg in het jaar. Nu lig ik in bed met de iPad, 's avonds om kwart over negen. Erg ongewoon voor mijn doen, maar de woonkamer is bezet door mensen die aan de toekomst werken. En daar hoor ik niet bij. Verschil moet er zijn. Morgen is het precies 70 jaar geleden dat de geallieerden landden in Frankrijk en uitgerekend op die dag heb ik een afspraak in Duitsland. Met een rare psychiater uit Zwitserland. Onder andere. Uit de kamer klinkt de plop van een kurk; het gaat vast goed met de toekomst. Ik heb nog 43% stroom in de batterij; genoeg om mijn draai te vinden waarschijnlijk.

De sleutel tot de buurvrouw
29-05-2014  14:13

U zult zich wel eens afvragen of ik niks beters te doen heb dan onnozele stukjes te tikken, hier in De Dooie Hoek. Natuurlijk wel; als ik niks beters te doen had, deed ik dat wel! Zo moet ik Ruzzle spelen om beter, of bijna net zo goed, te worden als J. En de Mac van de buurvrouw repareren. Met dit laatste ben ik nu overigens bezig; ik typ dit op de Mac van de buurvrouw om te zien of het ding ook normaal kan doen. De afgelopen weken kon hij dat niet, namelijk. Hij bleef maar zeuren over certificaten, wachtwoorden, wolken enzovoort. Het woord ‘sleutelhanger’ speelde hierbij een mysterieuze, maar centrale rol. En er werkte niks. En nu ligt het ding hier en kan ik na een ochtendje vloeken en schelden op Apple toch alweer ongestoord negen regels vol typen en doet de Mac weer automatisch allemaal dingen waarvan de buurvrouw helemaal niet wil dat ze gebeuren. Vakantiefoto’s waarop zij in haar blootje in de zon ligt doorsturen naar de iPad waarop de kinderen met hun schoolvriendjes spelletjes spelen bijvoorbeeld. Computers zijn alleen leuk als ze doen wat jij wilt. Gaat het anders, dan ben je mooi de sigaar. De laatste tijd is regelmatig in het nieuws hoe kinderlijk eenvoudig het is om een wifi-netwerk over te nemen en zo alle gegevens van de gebruikers te stelen. Ik voorspel dat met dezelfde techniek over een tijdje complete telefoonmasten kunnen worden overgenomen; wellicht zelfs complete netwerken. De volgende crisis zal niet worden veroorzaakt door de banken, maar doordat niemand meer weet wie er nog aan welke digitale touwtjes trekt. De chaos zal compleet zijn en de ellende niet meer te overzien. Het is dus zaak om De Dooie Hoek op tijd op papier uit te brengen. Maar eerst ga ik Ruzzle spelen tegen de computer die het account van J heeft gekaapt. Deze Mac kan terug naar de buurvrouw; hij doet weer precies wat je wilt. Lijkt het.

Aan de grens
11-05-2014  17:02

Omdat ik het wel bij mijn reisdoel vond passen, had ik Seasick Steve opgezet toen ik naar vriend Frits reed. Eigenlijk is vriend Frits iemand naar wie je op de motor gaat, maar de banden van mijn motor zijn slecht en ik durfde het niet aan. Bovendien vind ik autorijden tegenwoordig eigenlijk wel zo comfortabel. Stiekem. "It's a long long way, `cause I've been there before..." zong Seasick Steve toen ik het asfalt verliet en het bos in reed. Vriend Frits is een tweede generatie oorlogsslachtoffer -zijn vader heeft in een Jappenkamp gezeten en Frits en zijn broer wat onhandig opgevoed- die na een hoop geprobeerd te hebben uiteindelijk is beland in iets wat het tussen een woonwagen en een blokhut houdt en vlak bij de Duitse grens aan de rand van een bos staat. Hij woont daar met een paar grote honden, die, als Frits er eens op uit trekt, met hem meereizen in de zijspan van zijn motor. Tot een paar jaar geleden had Frits ook nog een vrouw, maar toen die een keer kiespijn had bleek dat kanker te zijn en was ze na een paar maanden dood. Ze had nog net de kracht om haar eigen kist te beschilderen, maar dat deed ze dan ook heel erg mooi. Sommige mensen hebben veel tegenslag en vriend Frits is er daar een van. Vandaag ging ik naar hem toe omdat hij jarig was. Ik weet niet precies hoe oud hij werd, maar het zal "ook zoiets" zijn geweest. Als cadeau had ik een setje slijpstenen voor hem meegenomen. Een grove, een middel en een fijne steen. De vorige keer dat ik bij vriend Frits was geweest, was het me namelijk opgevallen dat hij, naar goed Nederlands gebruik, alleen maar botte messen in zijn keuken had gehad. Hij had me toen gevraagd voor het eten een en ander te snijden, maar na alle messen uit zijn laatje geprobeerd, en drie tomaten geplet te hebben, heb ik mijn zakmes gepakt om het klusje te klaren. "Je messen zijn bot, heb je een slijpsteen?", vroeg ik Frits. "Huh", had hij geantwoord, "nee, dat geloof ik niet, ik doe het altijd gewoon zo". Wat "gewoon zo" betekende, heb ik niet gevraagd, waarschijnlijk gooide Frits zijn tomaten ongesneden in de pan en hakte hij zijn vlees in stukken met het handbijltje uit het houthok, als het nodig mocht zijn. Toen ik in '89 in Frankrijk caravans plaatste voor een camping, zat er standaard een slijpsteen in de inventaris van elke kampeerkeuken en in Nederland heeft niemand een slijpsteen en wemelt het van de slechte messen. Vaak vind je nog wel het aanzetstaal dat standaard wordt meegeleverd in het houtblok met snijgerei, maar daarvan weet slechts een enkeling hoe het goed te gebruiken. Ik heb er zelfs eens iemand een kip aan zien rijgen. Maar Frits had niks van dit alles. "Stompe messen zijn onhandig en gevaarlijk", zei ik tegen Frits. "Ja", zei Frits, "dat is zo, maar bij mij loop altijd alles goed af. I'm a lucky man!"

Opgroeien
08-05-2014  10:56

Op Koningsdag liepen we langs de rivier en zochten onze vrienden. Om ons heen klonk dancemuziek en liepen jonge mensen. We kwamen Sander en Mona tegen, dronken bier en praatten over wat we verder zouden gaan doen. "Wacht even", zei Mona en viste haar telefoon uit haar tas. "Dag liefie..., ja hoor, dat is goed. Hebt je de sleutel bij je? Veel plezier. Doehoeg." "Lotje?", vroeg Sander. "Ja, ze is ook in de stad; ik hoop maar dat ze niet aan het bier gaat." "Ah joh, die doet geen domme dingen, die is verstandig genoeg." "Ja, dat weet ik, maar ze is wel 15 onderhand hè!?" "Weet ik schat, maar als ze wil, doet ze toch wat ze wil." Later op de avond, met inmiddels al meer bekenden, dansten we buiten op gras en muziek. Nadat ik eenzelfde jongen van een jaar of 25 voor de derde keer rond mijn vrouw zag hangen, besloot ik de zoektocht naar mijn wortels op een ander moment voort te zetten en verliet de dansvloer voor wat socialer contact. "Hoi", zei de jongen, "jou ken ik nog niet; ik ben Bram, de zoon van Lisa en Bert." "Leuk", zei ik en keek hoe Bram probeerde een oud half jointje weer aan het branden te krijgen. "Hoe is dat nou, om zo met je ouders te feesten?" Bram blies een wolk van rook uit en zei "eerst wel even wennen. Vooral als ik met vrienden op een feest was en mijn ouders waren er dan ineens ook. Maar ik vind het eigenlijk vooral erg leuk. Alleen jammer dat jullie als enigen dan niks gebruiken." "Hoe bedoel je?" "Nou, op dat soort feesten is iedereen toch wel aan de XTC en ik vind dat als je dan toch van je tweede jeugd geniet, dat je het dan ook goed moet doen." "Misschien komt het ooit nog eens?" "Nee, dat denk ik niet; ik heb m'n vader laatst wat aangeboden, maar hij hoefde het niet. Maar dat is ook wel oké, een keer krijgen je ouders toch een eigen leven."

Sjakie en de toekomstfabriek
04-05-2014  16:02

Ik was bij met een vriendin bij een waarzegger. Sjaak heette de waarzegger. De vriendin heette anders. Sjaak begon uiteen te zetten wat ik hem allemaal vertelde. Via mijn aura dan, want ik zei verder niks. Sjaak wel, die kletste ons de oren van het hoofd. Over mijn geboorte en mijn ouders. Mijn toekomst en alle omwentelingen waar ik mij nu in bevind. Ik zou meer mensen moeten toespreken en minder tegen de poezen praten. En ondeugender worden moest ik ook. "Maar dat zat er wel aan te komen", zei Sjaak. Er zaten veel vrouwen in mijn aura, maar er was maar één ware vrouw voor mij. "Dat klopt helemaal", zei ik, "maar ik kan wel goed van meer vrouwen houden." Sjaak keek me met een schuin oog wat streng aan en zei "nou, dat denk ik niet!" "Hebben jullie een relatie?" vroeg hij plots. We hadden beide ons liefdesleven en thuissituatie net uit de doeken gedaan, maar hadden ons daarbij van gewone mensentaal bediend; een kanaal waarop Sjaak duidelijk niet was afgestemd. "Nee, maar we zijn al wel lang goed bevriend", zij mijn vriendin tegen Sjaak. "Oh, nog niet dus", zei Sjaak en besloot dat het verhaal zo wel rond was.

Kristallen bol

Pech
04-05-2014  15:59

Vandaag bestond de les die ik moest geven uit het bijwonen van presentaties van mijn studenten. Veel meer dan uitstralen ‘dat het wel goed zou komen’ hoefde ik niet te doen. Eén van de presentaties ging over het ‘foreign accent syndrome’; een aandoening die na zoiets relatief kleins als een migraineaanval plotseling op kan duiken en waardoor het slachtoffer voor de rest van zijn leven vastzit aan een buitenlands accent. Ik had er nog nooit van gehoord, maar dat werd me door mijn studenten vergeven; er zijn, tot nu toe, over de hele wereld dan ook maar tachtig gevallen van bekend. Later op de avond bleef ik, na mijn wekelijkse sportavond, als laatste klant over in mijn stamcafé. Aan de andere kant van de bar stond de barman met dubbele tong de hoogtepunten uit zijn leven uit de doeken te doen. “Zo’n mountainbike met zo’n achterlijk klein stuurtje, weet je wel. Man man, levensgevaarlijk”, spuugde hij rond terwijl hij zijn shirt begon uit te trekken. Met inmiddels ontbloot bovenlijf wees hij naar zijn linker schouder waar blijkbaar iets niet goed aan was. “Een pianotoets noemen ze dat. Gaat nooit meer over. Als ik zo doe, kan ik haast geen kracht meer zetten” en hij maaide met zijn arm door de lucht waarbij hij zijn evenwicht en bier verloor. “Ga je ook even naar de kroeg, weet je wel. Man man, klote fietsen!”

Een filmpje over het 'foreign accent syndrome'

Het vel en de melk - een erotische thriller over het leven
04-05-2014  15:57

Omdat hij zijn schulden moest afbetalen, besloot Harold, nadat hij zijn artsendiploma was kwijtgeraakt, toch maar weer te gaan werken. Eerst in een telecomwinkel, daarna in de horeca. Maar hij haatte de klanten en week uit naar de prostitutie. Op een klein kamertje boven een Duits café net over de grens, ontving hij hoofdzakelijk Oost-Europese vrachtwagenchauffeurs waaraan hij al snel weer een hekel kreeg. Hij hield sowieso niet van mannen. Dat was het moment waarop Harold begon te drinken; steeds meer en steeds vroeger op de dag. Met een fles apfelkorn van de plaatselijke Rewe in zijn hand stond hij op het kleine balkonnetje van zijn kamer in Duitsland te kijken hoe de duiven het dak onderscheten. Beneden raasde Frau Schleuder tegen het barmeisje iets over klanten die nu maar eens moesten betalen waarbij het klonk alsof elk woord dat ze zei kwam bovendrijven uit gloeiend frituurvet. Ze heeft niks gemerkt, dacht Harold en liep naar binnen. Hij legde de schaar op de fruitschaal op de ijskast die vanwege de hitte continu stond te brommen; verstoorde fruitvliegjes volgden zijn hand. Zweet mengde zich met het bloed op zijn bloes. Schleuder had aanvankelijk de schuldeisers op een dwaalspoor weten te brengen, maar dat had maar even gewerkt. Nu was hij ook hier niet meer veilig. Hij belde Sobaka, een Russische vrachtwagenchauffeur uit Polen; “waar ben je? Ik heb je hulp nodig. Het is warm Sobaka, te warm en ik kan hem hier nergens kwijt.” Sobaka lachte, “jij zorgt voor mij, dan zorg ik voor jou.” Harold wilde niet voor Sobaka zorgen, maar had nu weinig keus. Het zeil op de vloer was glad en er kwamen al vliegen af op het bloed. Harold pakte een stoel, ging naast het lijk zitten kijken en begon zachtjes te zingen. “I never meant to cause you any sorrow, I never meant to cause you any pain. I only wanted to one time see you laughing. I only wanted to see you laughing in the purple rain. Purple rain, purple rain. Purple rain purple raihain.” Ik moet naar beneden voor een nieuwe fles, dacht Harold en trok zijn bebloede shirt uit, maar zag tot zijn schrik dat er achter de ge-

Franse meisjes
04-05-2014  15:51

Een paar weken geleden zat ik in Frankrijk op een berg. Ik zat in een houten hutje en wachtte op mijn eten. Aan een tafel voor mij schoven twee Franse meisjes aan waarvan eentje mij deed denken aan een buurvrouw die ik ooit eens had. Zij kwam ook uit Frankrijk. Uit een dorpje op slechts zes kilometer afstand van het huisje waar ik als kind veel tijd doorbracht. Ik heb iets met Franse meisjes. Altijd al. En omdat in de psychologie de verklaring voor al het menselijk gedrag waar niemand iets van snapt traditiegetrouw in de jeugd wordt gevonden, denk ik dat mijn voorliefde voor Franse meisjes uit mijn kindertijd stamt. Tenslotte waren Franse meisjes de eerste meisjes waarmee ik zoende. Niet echt zoenen, we hebben het hier over het betekenisloze kussen op de wang dat in grote delen van Frankrijk dagelijks ritueel is bij groeten en afscheid. Niettemin maakten de warme zachte meisjeswangen hierbij op mij als jongen van elf onuitwisbare indruk. Bovendien pakten Franse meisjes mij vaak bij de hand. Wat een verschil met Nederland waar jongens en meisjes amper het schoolplein deelden. Eén meisje herinner ik me nog goed; ze was scheel en brutaal en vol energie. Na het zoenen pakte ze altijd m’n hand en zei “kom”. Samen op avontuur in het huis en daarbuiten. Eigenlijk bijna altijd daarbuiten. Ze liet me van alles zien. Een nest jonge hondjes, een dikke pad of een schorpioen of een slang ergens onder een steen. Soms gingen we schommelen of deden een spel waarbij je in je handen moest klappen en zij altijd plotseling won. We verstonden elkaar amper, maar begrijpen ging prima. “Kom, ik laat je wat zien” zei ze vaak en trok me dan mee. Na mijn zestiende kwam ik steeds minder in Frankrijk en de meisjes verdwenen al gauw naar m’n dromen. Ik was dan ook blij met mijn nieuwe buurvrouw; Jasmine uit Vogüé-Gare. Ze woonde naast me met haar man en een kind. Een kind van een paar maanden oud. Omdat ze geen Nederlands sprak en haar man veel weg was voor zijn werk, had ze weinig aanspraak. Ze nodigde me vaak uit op de koffie en al gauw kwam ik bijna dagelijks langs. Om haar Nederlands te leren. Maar dat spraken we nooit want ze had veel te vertellen en vond Nederlands maar een onmogelijke taal. Op een dag zaten we ’s morgens aan de koffie en vroeg ze opeens “ga je wel eens naar de hoeren?”. “Pardon?”, vroeg ik in de hoop dat ik haar verkeerd had verstaan. “Naar de hoeren?”, herhaalde ze, “je weet wel, betalen voor seks?” “Nee”, zei ik resoluut. Ze keek verontwaardigd en vroeg “waarom niet? Daar is toch niks mis mee?!” “Nee, dat misschien niet”, zei ik, “maar dat is gewoon niks voor mij”. “Ik zou niet weten waarom niet”, zei ze, “het is een prima oplossing in veel situaties”. In een flits zag ik hoe ze mijn hand vastpakte en zei: “kom, ik laat je wat zien”.

Nieuw licht
04-05-2014  15:50

Om half zeven belde ik aan bij Es om haar lamp op te hangen; het was ons na weken eindelijk gelukt om een afspraak te maken. “Kom binnen”, zei ze, “het eten is zo klaar”. We aten soep en luisterden naar een LP van de Bee Gees die maar een klein beetje kraakte. “Ik zal zo het trapje eens pakken”, zei Es, “moet de stroom er af?”. “Nee hoor, het gaat zo wel. Ik zal voorzichtig doen”. De lamp zag er uit als een halve bol van cement, maar het was nepcement, want minder zwaar. Toen hij hing draaide Es er een peertje in en drukte op de lichtschakelaar. “Oooh, hij brandt”, zeiden we in koor. “Loop er eens onderdoor”, zei Es. “Gaat dat?” “Als ik helemaal rechtop loop, raakt hij net mijn haar”, zei ik, “dus dat gaat wel”. We zaten met thee op de bank en keken naar de lamp. Als hij brandde veranderde het cement in een gezellig opgloeiend maanlandschap. “Ik vind het maar een lelijk ding”, zei Es, “morgen gaat-ie op Marktplaats!” “Dat kan natuurlijk ook nog", antwoordde ik en we dronken onze thee.

Herinnering
04-05-2014  15:48

Toen ik in het psychiatrisch ziekenhuis werkte, was daar een patiënt die Yvette heette. Ze heette niet echt Yvette, maar ik noem haar nu zo, want het gaat al zo slecht met de privacy hier. Yvette was schizofreen en stond meestal met haar armen over elkaar zachtjes van de ene op de andere voet te wiegen waarbij ze keek alsof ze nodig moest poepen. Ze zei niet vaak iets. “Nee, dat hoeft niet” en “mag ik een sigaret?” was eigenlijk alles wat ik van haar hoorde. Om de paar dagen moest ze onder de douche. “Nee, dat hoeft niet”, meldde ze dan, maar de verpleging liet zich niet vermurwen. Het ritueel was steeds hetzelfde: Yvette stond in de douchecabine en de verpleging op de gang met geoefend oor te luisteren. “Onder de straal gaan staan Yvette”, was het eerste wat werd geroepen. Als er verandering kwam in het geluid van het klaterende water was de volgende opmerking “niet alleen je haar nat maken Yvette”. Als het geluid uit de douche in orde was riep de verpleging na een paar minuten nog “ook goed je billen wassen”. “Ik heb geen billen”, zei Yvette dan vaak. Verder hoestte ze veel en piepte haar ademen van de astma en sigaretten. Eens in de paar jaar kreeg Yvette haar zussen op bezoek. Twee oergezellige Brabantse dames die haar dan meenamen naar de markt. Om vis te eten. Maar Yvette hoefde geen vis. De laatste keer toen de zussen haar terugbrachten zeiden ze dat ze niet goed konden peilen wat er in haar omging. “Vroeger was ze toch anders; ze hoefde nu niks. Ze wilde eigenlijk alleen maar roken dus we hebben maar wat voor d’r gekocht. Maar we weten niet of ze het nou wel echt leuk vindt. Wat denkt u dokter?” Yvette stond naast ons te wiebelen en omklemde twee pakjes Belinda in haar hand. “Vind je het leuk als je zussen je nog een keer meenemen Yvette?”, vroeg ik. Ik geloof dat het de enige keer is dat ik haar “ja, da’s goed” hoorde zeggen.

Vreemdgaan
04-05-2014  15:46

Vandaag voeren mijn studenten een discussie rond de door henzelf bedachte stelling: "als je vreemd gaat, ben je niet echt verliefd". Daar werd aan toegevoegd dat het natuurlijk om verliefd zijn op je vaste partner gaat en niet op degene waarmee je vreemd gaat. Dat leek hun logisch, maar ik was toch wel blij met deze toevoeging; het kan maar beter duidelijk zijn allemaal. Zeker als het om de liefde gaat. Voordat men elkaar driftig met zorgvuldig voorgekookte en op papieren blaadjes meegebrachte argumenten om de oren kon gaan slaan, moest wel eerst gedefinieerd worden wat vreemdgaan eigenlijk is. Een enkeling wilde zoenen ook onder vreemdgaan scharen, maar dat riep, tot mijn lichte verbazing, nogal wat weerstand op. "En als vriendinnen die een vriend hebben dan gewoon met elkaar zoenen, wat moet je daar dan mee? Want dat is al helemaal geen vreemdgaan toch?!" Toen een studente vertelde dat ze een jongen kende die inderdaad jaloers werd als zijn vriendin met andere meisjes zoende, werd alom meewarig met de hoofden geschud. "Die jongen is ook wel super jaloers", voegde het meisje snel toe. Voordat ze helemaal als een preutse fundamentalist met dito vrienden zou worden aangezien waarschijnlijk. Nadat de grens "gewoon bij seks" was komen te liggen, ging het ineens een stuk makkelijker allemaal. De toestand van "echt verliefd" behoefde blijkbaar geen verdere omschrijving; dat was natuurlijk gewoon "echt verliefd". Na elkaar wat met getallen bestookt te hebben, waren de conclusies al snel duidelijk: "vreemdgaan is echt iets voor mannen, ook al blijkt uit onderzoek dat vrouwen tegenwoordig meer vreemdgaan dan mannen". Daarbij spelen alcohol en andere verdovende middelen eigenlijk altijd wel een rol, tenzij je je gewoon verveelt natuurlijk. "Maar volgens mij speelt de biologie ook wel een rol", begon een van de studentes. "Ja, want als die voorste frontaalkwab nog niet helemaal klaar is kun je je gedrag sowieso zelf nog niet sturen", haakte een ander in. "Ja, dat is op je vierentwintigste toch?" "Behalve als hij dronken is, want dan vind ik het wel gewoon z'n eigen schuld." "Ja, of andere verdovende middelen!" "Maar zulke jongens zijn ook helemaal niet echt verliefd, dat zeggen die alleen maar, maar de volgende dag weten ze niet eens meer hoe je heet". "Oh, maar dan klopt de stelling dus wel!?" "Ja, dat zei ik toch al de hele tijd!" "Maar jij was toch tegen?!" "Oh, dat wist ik niet..."

Leven en dood
04-05-2014  15:43

Op de dag dat onze Zwarte Poes dood ging, ging ik ’s avonds naar de film. Buiten in de open lucht en bijzonder goed gezelschap. Toen de film afgelopen was, ging het goede gezelschap naar huis en bleef ik omdat er nog gedanst kon worden en ik bovendien wat bekenden had gespot die ik nog wel even wilde spreken. Even later stond ik op de dansvloer en voelde een bericht binnentrillen op de telefoon in mijn zak. Op het moment dat ik bezig was een antwoord te typen op de kleine toetsjes van mijn BlackBerry, dook er een meisje van naar schatting achter in de twintig tegen me aan dat zich brutaal over mijn telefoon boog. “Ben je met je vriendin aan het appen?”, vroeg ze. “Nee, met een hele groep vriendinnen”, antwoordde ik naar waarheid. Begrijpelijkerwijs bracht haar dit niet de duidelijkheid waarnaar ze blijkbaar op zoek was; “heb je wel een relatie?”, ging ze doelbewust verder. “Ja”, zei ik, “dat wel”. “Een goeie relatie?”, vroeg ze, blijkbaar vastbesloten om een en ander meteen maar even goed duidelijk op de kaart te krijgen. “Ja, een goeie relatie, al vijfentwintig jaar bovendien”, zei ik om meteen ook een tipje van de leeftijdssluier op te lichten en haar zo te laten weten dat er aan mij helaas echt weinig interessant zou zijn. Ze wenkte haar ongeveer even oude vriendin die ons al die tijd, zachtjes dansend, op ongeveer anderhalve meter afstand nauwlettend in de gaten had gehouden. “Hij heeft al vijfentwintig jaar een goeie relatie”. “Ooooh, hoe oud ben je dan”, vroeg de vriendin op haar beurt. “Vijfenveertig”, antwoordde ik, “ik ben hier met mijn Spartamet”. “Ooooh, wat lekker jong nog” zei de vriendin. “Ik ben negenenveertig, maar zij is ook pas zesenveertig hoor”, wijzend op het meisje van tegen de dertig dat nog steeds aan mijn schouder hing. Met stomheid geslagen heb ik ze beide een tijdje ongegeneerd van top tot teen aan staan staren. “Echt waar?”, vroeg ik. “Ja hoor, echt waar”, kwam het in stereo op mij af getetterd. We hebben nog een tijd leuk gepraat en zijn met z’n drieën naar huis gefietst. Toen ik achttien was zaten alle jongens altijd achter hetzelfde leuke meisje aan en maakte ik nagenoeg geen schijn van kans. Maar op de een of andere manier is de balans voor mijn generatie op dit gebied de laatste tijd volledig omgeslagen. Te laat. Jammer. Gelukkig ben ik gelukkig. Erg gelukkig.

Dag en Nacht
04-05-2014  15:40

We hadden bijna 1000 kilometer gereden en vonden het wel welletjes voor vandaag. Dus volgden we in het eerste het beste stadje de bordjes "Hotel" die je volgens goed Frans gebruik de hoofdweg af sturen om het je daarna weer fijn zelf uit te laten zoeken. Na al twee keer als enige optie om nog terug te keren naar de bebouwde kom tegen het verkeer in richting kerktoren te zijn gekacheld, was ik het zat en volgde het bordje "La Poste" wat ons prompt voor hotel "Jour & Nuit" deed belanden. Er zaten twee meisjes van naar schatting midden twintig op te stoep toe te kijken hoe ik de auto pal voor hun neus parkeerde. "Bonjour" zei een van de meisjes toen duidelijk was dat wij het op haar hotel hadden gemunt. Ze had donker, grof krullend haar en lichte groen-blauwe ogen. Een van de zeven schoonheden, naar wat ik ooit eens heb gehoord. Er was nog een kamer vrij en we konden ook nog eten. Een tweede handdoek zou ze straks wel even brengen evenals een fles met koud water, want het was warm. Erg warm. Het begin van de nacht was onrustig en we deden geen oog dicht. Na ruim anderhalf uur gooiden we alle beddengoed er af en deed L de luiken wat open. "Dan komen er beesten naar binnen", zei ik. "En zon als het licht wordt." "Kan me niks schelen zei L. Ik vind het te warm". En ze drapeerde de siergordijnen voor de kier tussen de luiken om beesten en licht zoveel mogelijk te weren. Er viel iets uit de rails aan het plafond en L kwam terug in bed. De volgende ochtend werd ik wakker van gemorrel met een sleutel in ons slot. Ik opende mijn ogen en probeerde in mijn beste Frans "allo?", maar er kwam geen antwoord. Nog geen vijf tellen later ging onze kamerdeur echter open en kwam het meisje met de donkere krullen van de receptie onze kamer binnen. "Bonjour", zei ze zacht en liep naar het raam. Ze opende de luiken en liet het zonlicht binnen. Haar doorzichtige jurk wapperde licht in de frisse ochtendlucht die dapper z'n weg de kamer in vond. Toen zag ik temidden van het gewapper, tussen de contouren van haar welvingen plots het bewegen van haar baby. Het kindje trappelde in haar midden met z'n kleine beentjes rond en keek me aan. In de handjes een lichtgevende bol die steeds feller begon te stralen. Het lachte naar me, al kon ik het door het felle licht inmiddels niet meer goed zien. "Bien dormi?", vroeg het meisje met de krullen terwijl ook zij naar me lachte. "Oui", wilde ik zeggen, maar verbluft als ik was kwam er geen woord over mijn lippen. "Hai", hoorde ik naast me, "lekker geslapen?" Ik opende opnieuw mijn ogen en kneep ze meteen weer dicht tegen de felle ochtendzon die door de kier in het luik en de wapperende gordijnen mijn lijf binnen viel. "Je maakte geluidjes", zei L.

Beer
04-05-2014  15:37

Waar een wil is is een weg
Maar op míjn weg huist een beer
Ik ken hem sinds de baarmoeder
Ontmoet 'm telkens weer

Zo gauw het leven spannend wordt
Verlangens fel gaan branden
Gromt hij weemoedig in m'n oor
Neemt het heft in handen

Ik ben niet bang
En grijp hem soms
Heldhaftig bij de lurven
Schreeuw hem toe: "toe laat mij los"
Maar hij zegt "ik zou niet durven"

Soms kunnen we ook vriendjes zijn
Dan kruip ik in zijn warme vacht
Legt hij zijn poten om me heen
Houdt over mij de wacht

Maar steeds weer als ik wakker word
Het leven voel bewegen
Als ik denk 'eindelijk ontsnapt'
Dan houdt hij mij weer tegen

Dus ga ik halve kracht vooruit
Vlak voor de finish terug naar af
Met mijn beer langs brave wegen
Als een tweeling naar ons graf

De Liefde
04-05-2014  15:34

Afgelopen vrijdag hield vriendin J een lezing over liefde. Samen met haar collega in dezen. Omdat ik J op dit terrein hoog acht en ik hier zelf bovendien vooral van onwetendheid aan elkaar hang (of uit elkaar dreig te vallen zo u wilt), besloot ik deze lezing bij te wonen. Een en ander speelde zich af in een donker cafeetje en het publiek bestond grootdeels uit vrouwen van middelbare leeftijd. Er was stokbrood met smeersels en wijn naar keuze en in de pauzes stond iedereen buiten te roken. De spontane associaties van het publiek bij de liefde gingen vooral richting zaken als “samen één zijn” en “dat wat echt leeft in je hart” en even was ik bang dat we de rest van de avond door een roze bril naar de geur van de maan en het lied van de zee zouden gaan zitten kijken, maar niets bleek minder waar. Gelukkig. Nadat er wat biologische bijzaken rond liefde en stofjes de revue waren gepasseerd, bleek de tijd voor de lezing al om. “Jammer”, zei J, “mijn volgende onderwerp was wraak en daar had ik graag nog wat over verteld, maar als we moeten stoppen omwille van de tijd…”. Prompt werd het rumoerig in het cafeetje. Om mij heen zag ik verschillende vrouwen rechtop gaan zitten en het aanvankelijke gemompel spitste zich steeds duidelijker toe op één woord: doorgaan! Mijn buurvrouw pakte pen en papier en alle ogen richtten zich in hernieuwde stilte op het podium. Toen J verhaalde van een man die zijn vrouw bijna een vinger had gebroken ging er een golf van verontwaardiging door de zaal; schandalig. Toen echter duidelijk werd dat het wangedrag van deze man een reactie op jarenlange onderdrukking was geweest, bleef het stil. Pas toen J vertelde dat de man in kwestie jarenlang al zijn zuurverdiende loon aan zijn vrouw had moeten afdragen en daarvoor in ruil 25 euro zakgeld in de week had gekregen, ontstond er opnieuw wat geroezemoes. Toen ik rondkeek zag ik diverse vrouwen goedkeurend knikken en dingen opschrijven in kleine boekjes. Her en der werd zelfs al voorzichtig van gedachten gewisseld; zou 20 euro ook genoeg kunnen zijn? Aan het eind van de avond was mijn vertrouwen in J weer wat toegenomen en in de rest van de mensheid navenant wat gedaald. 

Liefde

Voorbereid
04-05-2014  15:28

Ik zal een jaar of zeven zijn geweest toen ik van mijn ouders mijn eerste zakmes kreeg. Een klein mesje met groene, glinsterende zijkanten en een groot en een klein lemmet. Een klassiek model dat de eerste tijd mijn grootste bezit werd. Een noodzakelijk bezit ook al gauw, want niet veel later ging ik bij de padvinderij en "dan moet je een mes hebben". Toen ik een jaar of zestien was en op de middelbare school zat, droeg ongeveer de helft van de jongens een zakmes. Het was toen nog volkomen normaal om daar tijdens de les bijvoorbeeld een potloodje mee te slijpen of er het slot van je schooltas mee open te wrikken. Het zal ongeveer midden jaren '90 zijn geweest toen ik een keer naar een praatprogramma op televisie keek. De discussie ging over "het dragen van wapens onder jongeren". De presentatrice vroeg wie er bijvoorbeeld een mes bij zich had en slechts een enkele jongen stak zijn hand op. Dat de rest waarschijnlijk wijselijk z’n mond hield werd mij duidelijk toen de zakmesdragers uitsluitend werden bestempeld als mensen die “gewapend over straat gaan”. Wat is er gebeurd met het zakmes als handig gereedschap?, dacht ik. Maar daarop gaf de TV natuurlijk geen antwoord. Een paar jaar geleden, al wel na 9-11, bleek dat ook andere mensen soms worstelen met de vraag of een zakmes nu in de categorie 'wapens' of 'gereedschap' valt. Ik reisde samen met L vanuit een Canarisch eiland per vliegtuig naar Madrid en bleek op het vliegveld vergeten om mijn multitool van mijn riem te halen. Dat werd dus meekomen. Daar stonden L en ik achter een scherm op het vliegveld met een jonge Spaanse douanebeambte in uniform. “Forbidden”, herhaalde het uniform met mijn mes in de hand en wijzend op een poster met voornamelijk machinegeweren en handgranaten. Om zijn verhaal kracht bij te zetten klapte hij het mes uit en begon er vervaarlijk mee om zich heen te zwaaien. “Is dangerous!” Dat was ik volkomen met hem eens en ik hoopte dan ook dat hij zou ophouden met zijn gezwaai voor er ongelukken zouden gebeuren. Op mijn uitleg van wat er mis was gegaan reageerde hij vervolgens consequent met “no English” waarbij hij breed lachte. Van mijn kant was het helaas “no Espanol” dus pratend kwamen we niet veel verder waarop hij nog maar eens wat met mijn mes zwaaide. “Is dangerous!” “You kill somebody?”, doorbrak de beambte plotseling de impasse. “Oh no!”, antwoordde ik. “He kill somebody?”, richtte hij zich nu naar L. “Oh no!”, zei L op haar beurt en vol overtuiging. “You promise?”, was de volgende vraag, nu weer aan mij gericht. Even later liep ik met het mes weer aan mijn riem richting vliegtuig. “No killing!” herinnerde de Spanjaard mij op het laatste moment nog even. Ik bewonder zijn moed nu nog steeds en ben hem nog altijd dankbaar! Toch heeft het hierna nog even geduurd voordat ik mijn gedrag rond mijn zakmes ben gaan aanpassen. Op de zomerfeesten in Nijmegen gebeurde vier jaar geleden iets vergelijkbaars als op het vliegveld met de Spanjaard. Na de hele dag in het park naar bandjes gekeken te hebben besloten we de rest van de nacht nog wat te gaan dansen in een of andere kelder. Bij de ingang stonden bewakers met een metaaldetector die bij mij meteen begon te piepen toen ik naar voren liep. Nadat ik voor het oog van de bewaker mijn portofoon, een zaklamp een aluminium isolatiedeken, een kompas, een zakje met schroeven, een blikje Zippo-benzine en een klein formaat accu uit mijn tas had gevist besloot hij dat het “wel goed was zo” en stelde voor de hele tas maar achter de garderobe te bewaren. Dan kon ik alles weer ophalen als ik naar buiten ging en hoefden we het verder nergens meer over te hebben. Een van de voordelen van grijs haar waarschijnlijk. Sindsdien realiseer ik me echter wel dat de tijden veranderd zijn; overal met een zakmes rondlopen kan niet meer. Tegenwoordig laat ik het dan ook thuis als ik uit of naar evenementen ga. Een volgende beveiliger kan wel eens minder coulant zijn en ik ben best aan mijn zakmes gehecht. Ik zie het me alweer uitleggen: “ja maar als het clipje van de bretels van iemand bijvoorbeeld niet blijft zitten of er moet een nieuw vuursteentje in mijn aansteker heb ik het nodig”. Waarschijnlijk kom ik daarmee niet altijd meer weg. Al is het wel gewoon de waarheid.

Brug
04-05-2014  15:27

De trein van Arnhem naar Nijmegen rijdt rustig richting de Waal. In Elst is er een oud echtpaar tegenover me komen zitten; in de tachtig schat ik ze. De man heeft een bril op met een goudkleurig montuur en zwarte pootjes. Hij kijkt trots om zich heen en heeft waarschijnlijk nog echte brillantine in zijn haar. De vrouw kijkt wat nerveus rond; iemand die van niemand iets aanneemt, maar wel steeds vriendelijk "bedankt" zegt. "Nee hoor, dat hoef ik niet. Bedankt." Bij Lent buigt de man zich richting het raam. "Er is een nieuwe brug over de Waal", zegt hij tegen de vrouw. "Dit is toch Lent?", reageert de vrouw. "Ja", zegt de man, "dit is Lent. Kijk, daar is de brug" en hij wijst met een vinger uit het raam over het Water. "Hier woont het weervrouwtje ook, in Lent", zegt de vrouw en haar onderlip beweegt nog even door terwijl ze al niets meer zegt. "Hij ligt er mooi in", zegt de man. "Daar ergens, geloof ik", zegt de vrouw en wijst naar het dorp.

Macht der gewoonte
04-05-2014  15:24

Vanmorgen kwam ik bij het opruimen een oude vliegenklapper tegen. Zo’n elektrische in de vorm van een klein tennisracket. Het ding was kapot. Gebarsten en krom. Maar als iets niet bederft, gooi ik het nou eenmaal niet weg. Kapot of niet. Vorige zomer heb ik die vliegenmepper gekocht. Bij de Praxis, ik weet het nog goed. In die periode hadden we last van allerlei vliegend ongedierte in huis waarvan de kleine motjes in de keuken het vervelendst waren. Of eigenlijk niet die motjes zelf, maar de minuscule rupsjes die uit hun kleine eitjes kwamen en die onze voorraden opvraten waarbij ze vieze draden sponnen. Ze bleken gehuisvest in vrijwel al onze levensmiddelen die niet vacuüm verpakt waren en dreigden zich zelfs tegoed te gaan doen aan mijn verzameling Chinese toverkruiden waardoor wij direct in ons voortbestaan zouden worden bedreigd. Om de motjes te lijf te gaan had ik in de keuken bij gebrek aan vliegenvangers al een aantal ontharingsstrips opgehangen, maar het enige wat die vingen waren de afkeurende blikken van de buurvrouw die onder de afzuigkap wijntjes kwam drinken en er zo nu en dan met haar haar aan bleef hangen. Mijn toelichting "dat is om vlinders te vangen", maakte het er niet beter op. De motjes fladderden er in hun grillige vlucht als dronken engeltjes probleemloos omheen. De volgende dag was de maat vol en kocht ik de elektrische vliegenvanger. “Onmisbaar in elk huishouden” en “makkelijk in het gebruik” stond op de verpakking. Eigenlijk zocht ik een gewone vliegenmepper, maar die hadden ze niet. Thuisgekomen voorzag ik het wapen van een paar batterijtjes en bedwong ik mijn neiging om het ding tegen mijn tong te houden om eens te zien of hij het wel deed. Stroombronnen tot een volt of 12 houd ik geregeld tegen mijn tong en eerlijk gezegd vind ik dat nog best lekker ook, maar de linker helft van mijn verstand hield me in dit geval tegen. Op naar de keuken, dan zouden we daar wel eens zien of hij werkt of niet. Ik klapperde een keer met de kastdeur om de motjes te wekken en volgde er een in z’n vlucht. Toen het neerstreek op de rand van de kast vlakbij het plafond maakte ik een klein sprongetje en haalde uit. In de klap die volgde sloeg ik zowel het motje als de elektrische vliegenvanger in één moeite naar de eeuwige jachtvelden. Macht der gewoonte.

 

Electrische vliegenmepper

Gezondheidszorg
04-05-2014  15:19

Vandaag was ik weer eens bij de huisarts. En omdat ik daar bijna nooit kom, moet ik dan altijd denken aan de laatste keer dat ik naar de dokter ging. Dat was nog bij een vorige huisarts. Ik had een bijholteontsteking waar ik maar niet van af kwam en had besloten dan toch maar een antibioticumkuurtje te gaan doen. En dat vertelde ik ook tegen de dokter toen deze mij vroeg wat er aan de hand was. “Hmm”, reageerde hij en begon mij de oren van het zieke hoofd te vragen. “Waar heeft u pijn? Hoe lang heeft u deze klachten al? Hoe is het begonnen? Bent u ook verkouden? Kraakt het in uw oren als u gaapt?”Etc. Daarna stond hij op en prikte met een vinger gemeen boven in mijn oogkas. “Is dit gevoelig?” ‘Ja, dat doet pijn!’ antwoordde ik. Natuurlijk doet dat pijn, dat weet je toch als iemand een bijholteontsteking heeft, dacht ik. Ondertussen klopte hij met zijn vingers op mijn voorhoofd boven mijn oog. “En dit?” ‘Ja, dat ook!’ “Buk eens voorover met uw hoofd naar de grond.” Hoewel dat wel het laatste was waar ik met mijn bonkende kop zin in had, deed ik het toch maar. Ik wilde het bij mijn eerste bezoek aan de nog nieuwe huisarts ook niet meteen verpesten natuurlijk. Wie weet waar ik die man in de toekomst nog bij nodig heb, dacht ik, maar begon me ondertussen wel af te vragen waar en hoe deze dokter zijn vak had geleerd. Of het wel een dokter was eigenlijk… Met nog meer pijn dan toen ik binnenkwam mocht ik uiteindelijk weer gaan zitten. “Ik denk dat u inderdaad een bijholte ontsteking heeft”, zei de huisarts. En toen pas viel het kwartje bij mij. Diagnostiek! Dat was natuurlijk diagnostiek, dat hele gedoe met die vragen en dat geklop! Natuurlijk, zo had ik het zelf ook geleerd: analyse, plan maken, plan uitvoeren, plan evalueren en de cirkel is rond; weer terug bij analyse. Deze man begon met mij te onderzoeken alvorens pillen voor te schrijven. Wat goed eigenlijk! De reden dat mij dit zo verraste, was gelegen in het feit dat dit soort dingen in het dorp waar ik vandaan kwam heel anders gingen. Daar was diagnostiek door de huisarts een eventuele en altijd laatste stap in het behandeltraject. Als je ziek was, belde je de assistente van de dokter om je bestelling door te geven: “een potje codeïne tegen het hoesten graag en ook maar een flesje Phenergan siroop erbij, een doosje Fortral tegen de pijn en nog wat Chloralhydraat graag, die rode.” In de middag kon je de spulletjes dan bij de apotheek op komen halen. Bij nieuwe kwalen was het soms nog een beetje “trial and error” maar over het algemeen bespaarde dit de dokter een hoop werk en viel er voor de farmaceutische industrie nog wat te verdienen. En als je echt niet van je kwalen af kon komen wilde de dokter ook best nog eens kijken. “Wat heb je allemaal al geprobeerd?” was dan steevast zijn openingsvraag. Maar blijkbaar was er ondertussen een boel veranderd in de aanpak van zieken. Of ging het gewoon anders in de grote stad. Met deze laatste herinnering in mijn achterhoofd liep ik vandaag achter degene aan die blijkbaar mijn nieuwe huisarts is. Een jonge meid van ongeveer mijn eigen leeftijd. Met de moderne aanpak voor ogen en extra voorzichtig omdat ik een vrouwenkwaal had en zij daar, dokter of niet, ongetwijfeld beter in thuis was dan ik, begon ik, elke medische term zorgvuldig vermijdend, mijn klachten op te noemen. De nieuwe dokter zat aandachtig te luisteren tot ik was uitgepraat en vroeg toen: “wat denkt u dat het is?“. Toen ik, nog steeds voorzichtig een idee had geopperd knikte ze en vroeg “en wat zou u er aan willen doen?”. Enkele uren later kon ik bij de apotheek de bestelling ophalen. Zij is natuurlijk van mijn generatie, dacht ik, zij heeft de oude aanpak zelf ook meegemaakt. Daarom komt het allemaal terug! Maar misschien moet ik ook gewoon eens ophouden met alles te willen begrijpen.

Onder de oppervlakte
04-05-2014  15:15

We zaten boven bij de Blauwe Hand en hadden het over duiken. Over hoe heerlijk het is om gewichtloos te zijn; om rond te zweven in je eigen wereld. En over hoe elke toerist tegenwoordig wel ergens gaat duiken.
Zelf was ik ook zo'n toerist. Jaren geleden, in het zuiden van Thailand. De zee was er prachtig en het water was warm, kortom een paradijs voor luilekkerduikers. Voor anderen overigens ook, maar daar gaat het nu even niet over.
Nadat ik mijn duikbrevet had gehaald was ik vast van plan er in Europa mee door te gaan, maar het is er nog nooit van gekomen.
Maar afgelopen weekend daalde ik weer eens onder de oppervlakte. Bijna geen stuk van mijn lichaam was onbedekt: handschoenen en een masker van boven m'n ogen tot onder m'n kin. Het was even vreemd ademen, maar als je er niet teveel aan dacht wende het snel. We daalden het eerste stuk langs een trapje, daarna verder op eigen kracht. Na een smalle doorgang verder de donkere ruimte in. Horizontaal voortschrijdend, met z'n tweetjes dicht bij elkaar. Ik herkende de draden die eerder waren uitgezet. We hadden één schijnwerper en konden dus één kant op goed zien. Verder was het donker en het zicht was slecht. De kou trok langzaam onze lijven binnen. Koude voeten, koude rug. Met onze ingepakte handen tastten we de omgeving af. Scherpe stenen soms. En zand. Ik hoorde L naast me ademen, maar zag haar nauwelijks; vaak was ze niet meer dan een schim. Verder hoorde ik vooral mijn eigen adem. Op de tast gaven we elkaar dingen aan: de lamp, het mes en soms de slang van de perslucht.
Na een tijdje in de donkere, koude ruimte te hebben rondgedoold bewogen we ons voorzichtig weer terug. Weer die smalle doorgang en dan eindelijk weer staan. We deden onze maskers af en ademden weer onbelemmerd de frisse buitenlucht in. “Poehpoeh”, zei L, “ik was het ook wel helemaal zat”. “Ik ook”, beaamde ik terwijl ik het stof van m’n lijf sloeg. Het is ook geen pretje, zo’n tijd op je rug in een kruipruimte. Rondschuiven tussen puin stof en steenwol. Ademen door een kapje en kijken in het donker door een beslagen stofbril. Maar nu is het klaar. De persluchtcompressor van het spijkerpistool kan uit en de bouwlamp kan weer naar buiten.
Veel is niet nodig voor een minivakantie: duik eens onder in uw eigen huis! 

 

L

Stof
04-05-2014  15:12

Begin jaren ‘90 zat ik in de opleiding tot psychiatrisch verpleegkundige. Bij ziekenhuis ‘Vogelenzang’, in Bennebroek bij Haarlem. Samen met een paar anderen in een klein groepje. Van dat kleine groepje woonden Frits en Yasmin bij mij op de gang, boven een afdeling voor bejaarden op het ziekenhuisterrein. ‘Lokhorst’ heette die afdeling geloof ik, maar dat weet ik niet meer zeker. Alles was oud, het terrein, het gebouw, de Honda waarop Yasmin en ik naar de school in Noordwijkerhout reden en de patiënten onder ons. Alles behalve wij, wij waren nog jong. Op een avond klopte Yasmin op de deur van mijn kamertje en toen ik open deed vroeg ze “kun je me iets over de gulden middenweg vertellen?”. Onwillekeurig dacht ik aan Marten Toonder en vroeg “wat wil je weten over de gulden middenweg?”. “Dat weet ik niet, gewoon, ik zat er over na te denken en bedacht dat jij er misschien wat over kon vertellen.”. Ik stamelde er wat onsamenhangend geluid uit maar gaf gelukkig al snel toe dat ik eigenlijk niks wist te vertellen over de gulden middenweg. “Ik wil er wel over nadenken”, zei ik, maar dat hoefde niet. “Het is niet belangrijk”, zei Yasmin, “ik dacht ik kan het even vragen, geeft niet, laat maar”. Even later was ik weer alleen en dacht na over de gulden middenweg. En nog steeds weet ik er niks over te vertellen.

Gewoon verdriet
04-05-2014  15:10

Ik liep in de Jumbo om eten te kopen en kwam een jong meisje tegen. Een jaar of vijftien zal ze geweest zijn. Ik heb haar niet gesproken, ze liep daar gewoon, net als ikzelf. Haar handen in de zakken van haar donsjas met bontkraag en haar haren te wit geblondeerd. Ze keek wat stuurs voor zich uit terwijl ze me haastig passeerde. Toen mijn blik op de tandpasta’s viel, was ze weer uit mijn gedachten. Eigenlijk was ze nooit echt in gedachten geweest, ik had haar gezien, dat was alles. “Extra white”, las ik. En “Extreme clean”, “whole tooth”, alsof er ook pasta zou zijn die alleen halve tanden bereikt. “Suikervrij”, dacht ik. “Ik wil tandpasta waar ‘suikervrij’ op staat! Dat is grappig!” Als er tubes zijn waar “whole tooth” op staat moet dat een kwestie van zoeken zijn. Maar ik vond het niet, liep door en kwam hetzelfde meisje weer tegen. Ze had haar handen nog steeds in haar zakken, maar keek nu ronduit verdrietig. Ze staarde nog steeds voor zich uit. “Ze heeft helemaal geen boodschappen”, dacht ik nog even terwijl ik verder liep. “Pancetta, ik moet nog pancetta kopen. Voor in de hoerenpasta.” Bij de vleeswaren viste ik de laatste verpakking uit de bak en liep naar de kassa toen ik het meisje voor de laatste keer zag. Er rolde een traan langs haar wang en haar schouders schokten een beetje. Haar blik weer gericht op de verte. Toen ik in de klinische praktijk werkte kwamen er vrijwel dagelijks huilende mensen over de vloer. Nu ik studenten begeleid nog slechts wekelijks. Ik vind het geen probleem als mensen huilen, maar vaak vinden ze het zelf vervelend. Een manier om iemand die niet wil huilen een handje te helpen is vragen naar praktische feiten. Gewone dingen. “Hoeveel milligram oxazepam slikt u nu precies per dag? Mag ik uw geboortedatum nog even? Op welke datum bent u begonnen met het afbouwen van de efexor? Hoe oud bent u?” Dat soort dingen. Daar drogen de ogen meteen weer van op. De hele conversatie droogt er niet zelden van op. Misschien gebruikte dit meisje eenzelfde strategie. Voelde ze zich verdrietig maar wilde niet huilen. “Als ik maar iets gewoons ga doen, dan gaat het wel over”, kan ze gedacht hebben, “iets praktisch”. En wat is er praktischer en gewoner dan een gang naar de supermarkt. Maar het werkte niet echt. Misschien had ze toch iets moeten kopen.

De Joker
04-05-2014  14:57

Hoewel mijn vader een goed en fervent bridger was, heeft deze sport mij persoonlijk nooit erg geboeid. Ik ben meer van spelletjes als klaverjassen, mexicaantje en darten; kortom sport waarbij je in het café om de beurt min of meer gedachteloos iets weg moet gooien -een kaart, een dobbelsteen of een pijltje- waardoor er na niet al te lange tijd vanzelf iemand wint en het hele circus opnieuw kan beginnen. Bij bridgen komt net wat meer denkwerk kijken en daarvoor ben ik gewoonweg te lui. Toch bridge ik inmiddels al ruim vijftien jaar. Wekelijks bijna. Enkele van mijn beste vrienden besloten midden jaren 90 van de vorige eeuw na het lezen van wat boekjes dit edele kaartspel te gaan beoefenen en trokken mij al snel mee in hun waanzin. Omdat het leuk was, zeiden ze. En aanvankelijk was het ook best leuk! We zaten elke donderdagavond bij een van ons thuis op de morsige zolderkamertjes die we toen nog bevolkten en dronken tot vroeg in de ochtend whisky en bier. En wat verder ter tafel kwam als bier en whisky op waren. Ondertussen speelden we met de kaarten en legde iedereen de rest uit hoe het zat. Iedereen behalve ik, want ik had geen idee hoe het zat. Maar ik liet gewillig tegen me aan ouwehoeren. Net doen of ik luister is immers een deel van m'n werk en kan ik zodoende best goed! Tegen het ochtendgloren kwam je weer thuis, of in ieder geval daar een beetje in de buurt en de volgende dag was je ziek en alles inzake het spel weer vergeten. Zo ging het jaren door waarbij ons niveau gestaag steeg en de stemming daalde totdat deze ronduit grimmig was geworden. Omdat we met z'n vijven waren en het bridgen met z'n vieren gebeurt, kon ik me af en toe aan het sporten onttrekken zonder dat dat al teveel agressie opwekte; het spel kon er immers gewoon om doorgaan. Toen een van ons vervolgens overleed, werd dit helaas anders. De druk om te komen werd groter. Bovendien werd van mij verwacht dat ik allerlei afspraken met betrekking tot het spel onthield. Iets wat maar niet wilde lukken. Spelletjes zijn leuk en als er bij nagedacht moet worden, dan moet dat wat mij betreft zijn om een oplossing te bedenken voor een nieuw probleem. Niet om je een van tevoren afgesproken protocol te moeten herinneren voor een probleem dat steeds terugkomt. Een jaar later was ik het dan ook helemaal zat en besloot ik te stoppen. "Helemaal", deelde ik m'n kaartvrienden dapper mee, "ik vind er niks meer aan!". Sindsdien kaarten we ook af en toe een week niet en streeft er bovendien geen van ons meer naar de titel van Nederlands kampioen. We gooien allemaal min of meer gedachteloos om de beurt iets weg -een biedkaart, een speelkaart, een lege fles of de peuk van een opgebrande sigaret- en na verloop van tijd heeft er dan vanzelf iemand gewonnen. En zie, ik doe weer helemaal mee! Afgelopen donderdag speelden we de finale van dit jaar en won ik zelfs, voor het eerst, onze beker. Het zat er eigenlijk al een paar maanden aan te komen. L heeft mij nog een tijd aan lopen moedigen om meer te prutsen tijdens het kaarten omdat zij "die enorme, foeilelijke beker" onder geen voorwaarde in huis wilde hebben. Ik heb m'n best gedaan, maar de tegenstand was helaas te zwak. Dus daar stond ik donderdag in het café met lede ogen toe te zien hoe mijn beste vrienden de beker van 1.77 meter hoog en 17 kilo zwaar op de bagagedrager van mij fiets aan het vastknopen waren. Met de kroegbaas hadden ze al ruim van tevoren geregeld dat de beker daar écht niet tot morgen kon blijven staan. Aanvankelijk was het gevaarte nog ruim een halve meter hoger, maar het bovenste stuk hebben we destijds losgeschroefd en op het graf van R geplant. Het staat er nog steeds, maar met de rest moest ik over de beijzelde klinkertjes maar heelhuids weer thuis zien te komen. Het was even wennen, maar het is me gelukt! Slechts één keer schampte ik via de berm het hek van Sonsbeek park, maar dat kwam omdat de beker een boomtak raakte. Verder ging alles langzaam, maar goed. En nu staat dat ding daar. In mijn hobbyruimte, want L moet er nog steeds niks van hebben. En nu maar zorgen dat ik ook volgend jaar weer bovenaan blijf staan, want anders kan ik straks dat hele onding weer op de fiets naar het café toe slepen. En of dat nog een keer zonder brokken zal verlopen betwijfel ik. Want zo gaat dat met kaarten: je kunt maar één keer je joker inzetten...

 

De Beker op de fiets