(?)
Deel 1
14-08-2014  14:48

Pas als het geluid van de zee achter me is weggestorven, realiseer ik me wat er is gebeurd. Mijn handen klemmen zich om het door een veter bijeengehouden leer dat het stuur omhult om de hitte te weren die zich er in de loop van de dag door de brandende zon in heeft opgehoopt. Het jeepje, een recht-toe-recht-aan, Russisch verzinsel uit de tachtiger jaren dat nooit echt kapot gaat en nooit echt goed werkt, rammelt en kraakt als een ossenwagen uit de achttiende eeuw. Voor me doemt in de schemerige duinen het huis op; als een in slaap gevallen prehistorisch reptiel dat zich in het heuvellandschap heeft neergevleid en langzaam is verworden tot een stenen stelsel van gangen en ruimtes, trekt het mij naar zich toe als een haven een schip in nood. 'Huis' is eigenlijk een groot woord voor een oude bunker die is opgeleukt tot vakantieverblijf aan zee.

Voor de deur laat ik het jeepje afslaan en vis de sleutel van het hangslot uit mijn zak. Binnen brandt het licht slechts flauwtjes, maar ik heb geen zin om de generator te starten en loop meteen door naar de uit oude pallets opgetrokken schappen links van het aanrecht. Met een fles rum in mijn hand ga ik zitten aan de grove houten tafel waarop ze vanmiddag nog aan haar tenen zat te friemelen. Ik stal mijn zelfmedelijden voor me uit en plant de rum te midden van de zo ontstane leegte. Van buiten klinkt het gefluit van de scholeksters. Ik besluit mezelf te laten verdwijnen. Op te stijgen met de damp van de rum naar de Grote Beer; van daar uit zal ik verder zweven naar de Poolster om via Cassiopeia weer teruggeslingerd te worden en te eindigen als een eeuwig heen en weer dwalend, nutteloos wezen zonder bestemming of oorsprong. Maar er gebeurt niets.

Terwijl de rum tegen de wand van mijn slokdarm vloekt, richt ik me op en hijs mezelf met mijn armen op tafel. Ik trek mijn benen tegen me aan, sla mijn armen om mijn knieën en wip de teenslippers van mijn voeten. Zachtjes neuriënd maak ik met spuug en mijn vingers mijn teennagels schoon en ga er naar zitten kijken. De achtergebleven hitte van de dag hangt om me heen als een natte luier en is duidelijk van plan om vannacht te blijven. Die wel.

Op de tafel staat nog de nagellak die ze zorgvuldig heeft uitgekozen voor het feest van vanmiddag. Ik draai het dopje van het flesje en haal voorzichtig het kwastje te voorschijn. Terwijl ik maar nauwelijks beweeg, zie ik door het vocht in mijn ogen steeds een volgende nagel oranje kleuren. Als het er tien zijn, schroef ik het flesje voorzichtig weer dicht, zet het op dezelfde plaats terug en ga zitten wachten. Maar er komt niets.